Allergieën begrijpen en gericht aanpakken: oorzaken, tips en de rol van omega-3
De zon schijnt langer, de natuur ontwaakt uit haar winterslaap en de langverwachte lente is aangebroken. Voor veel mensen betekent deze periode echter vooral één ding: het begin van het allergieseizoen. Niesbuien, tranende ogen en een verstopte neus horen voor mensen met een allergie nu weer bij het dagelijks leven.
Inhoudsopgave
- Wat er achter allergieën zit
- Zo ontwikkelt een allergie zich
- Oorzaken van allergieën
- De dag door ondanks allergieën
- De allergiekalender
- Wetenschappelijke stand van zaken: omega-3-vetzuren bij allergieën
Wat er achter allergieën zit
Een allergie is een overreactie van het immuunsysteem. Bij een allergische reactie bestempelt ons afweersysteem een eigenlijk onschadelijke, lichaamsvreemde stof (allergeen) ten onrechte als gevaarlijk. Het reageert vervolgens alsof het om een ziekte gaat. Deze foutieve reactie kan verschillende symptomen veroorzaken. Vaak uiten allergische klachten zich in de vorm van jeuk, rode vlekken op de huid, niezen, een loopneus of zwellingen. Bij voedselallergieën kunnen daarnaast ook spijsverteringsproblemen, ademhalingsklachten of vermoeidheid optreden.
Voedselallergieën zijn eveneens immunologische overgevoeligheidsreacties waarbij het immuunsysteem bepaalde bestanddelen in voeding, meestal eiwitten, onterecht als schadelijk beoordeelt. De klachten kunnen uiteenlopen van huidreacties zoals jeuk of galbulten en maag-darmklachten tot ademhalingsproblemen. In zeldzame gevallen kan er een ernstige systematische reactie (anafylaxie) optreden, die direct medische behandeling vereist.
Tot de meest voorkomende triggers behoren noten, melk, eieren, vis, schaaldieren, soja en tarwe.
Zo ontwikkelt een allergie zich
Het ontstaan van een allergie kan in twee fasen worden onderverdeeld.
1e fase
In de eerste fase, de zogenaamde sensibilisatiefase, komt het immuunsysteem voor het eerst in contact met het allergeen. Dit allergeen wordt als lichaamsvreemd geïdentificeerd, waarna het immuunsysteem IgE-antistoffen aanmaakt. Deze antistoffen binden zich aan zogenaamde mestcellen. Dit proces wordt sensibilisatie genoemd. Het veroorzaakt nog geen allergische reactie, maar bereidt het lichaam voor op het volgende contact. Het immuunsysteem onthoudt de stof dus als een vijand.
2e fase
In de tweede fase komen mensen opnieuw in contact met het allergenen, en dat is het moment waarop het immuunsysteem reageert. We bevinden ons nu in de reactiefase van de allergie. Het immuunsysteem reageert op de vijandige stof. De allergenen binden zich rechtstreeks aan de IgE-antistoffen, wat ertoe leidt dat ontstekingsstoffen, met name histamine, vrijkomen. Deze stoffen veroorzaken de typische symptomen van een allergie, zoals jeukende ogen, een loopneus, benauwdheid, huiduitslag, hoesten, zwellingen en buikpijn.

Oorzaken van allergieën
Waarom hebben sommige mensen wel allergieën en anderen niet? Dat is precies de vraag waar de wetenschap al jarenlang onderzoek naar doet. Helaas is er nog geen sluitend antwoord op de vraag wat de exacte oorzaken van allergieën zijn. Wel staat vast dat verschillende factoren het ontstaan van allergieën kunnen beïnvloeden.
Enerzijds speelt genetische aanleg een belangrijke rol; allergieën kunnen dus erfelijk zijn. Het risico om zelf een allergie te ontwikkelen is groter als de ouders er al last van hebben. Daarnaast hebben ook omgevingsfactoren een invloed, zoals een toenemende concentratie fijnstof, veranderde eetgewoonten of bepaalde levensomstandigheden.
De dag door ondanks allergieën
Met een paar eenvoudige aanpassingen in de dagelijkse gewoonten kan de blootstelling aan pollen echter aanzienlijk worden verminderd. Hier zijn zes nuttige tips voor mensen met een allergie:
- Regelmatig en op het juiste moment ventileren: Frisse lucht is belangrijk, maar let bij het luchten wel op de pollenconcentratie. Deze verschilt namelijk per woonplaats. In steden is de concentratie vaak ’s ochtends hoger, terwijl deze op het platteland juist ’s avonds piekt. Daarom kun je het beste ventileren op momenten dat er weinig pollen in de lucht zijn.
- Wasgoed niet buiten drogen: Hoewel het praktisch is, kun je kleding en beddengoed tijdens het pollenseizoen het beste niet buiten drogen. Pollen kunnen zich gemakkelijk in de stof nestelen en zo later mee naar binnen worden genomen.
- De allergiekalender gebruiken: Een allergiekalender laat zien wanneer de pollenconcentratie in de lucht bijzonder hoog is. Hierdoor kunnen mensen met een allergie beter plannen en zich voorbereiden op zware periodes.
- Beddengoed regelmatig verschonen: Pollen verzamelen zich snel in textiel. Door het beddengoed regelmatig te verschonen, kan de hoeveelheid pollen in bed aanzienlijk worden verminderd, wat zorgt voor een betere nachtrust.
- Dagelijkse kleding niet in de slaapkamer bewaren: Gedragen kleding kan veel pollen bevatten. Om de blootstelling in de slaapkamer zo laag mogelijk te houden, kun je kleding het beste buiten de slaapkamer uittrekken en bewaren.
- Voor het slapengaan douchen en je haar wassen: Pollen blijven gemakkelijk aan je huid en in je haar plakken. Door voor het slapengaan kort te douchen en je haar te wassen, voorkom je dat je pollen mee het bed in neemt.
De allergiekalender
In Nederland hebben miljoenen mensen last van pollenallergieën. Vooral in de lente steekt hooikoorts bij velen de kop op, wat het dagelijks leven aanzienlijk kan belemmeren. Een allergiekalender biedt mensen met een pollenallergie een nuttige houvast. De kalender laat zien wanneer welke planten hun pollen verspreiden en wanneer de belasting bijzonder hoog is. Hierdoor kunnen betrokkenen hun symptomen beter plaatsen, preventieve maatregelen nemen en indien nodig hun behandeling aanpassen. Omdat bloeitijden per regio en weersomstandigheden variëren, dient de allergiekalender echter vooral als seizoensgebonden richtlijn en minder als een exacte voorspelling.
Wetenschappelijke stand van zaken: omega-3-vetzuren bij allergieën
Onderzoek toont aan dat een verhoogde inname van omega-3-vetzuren tijdens de zwangerschap het allergierisico bij de zuigeling positief kan beïnvloeden. Bij zwangere vrouwen met een verhoogd allergierisico bleken de kinderen in de omega-3-groep zelfs helemaal geen allergieën te ontwikkelen.
Dit beschermende effect was bijzonder duidelijk bij een hoog EPA-gehalte in de moedermelk: vanaf een aandeel van 0,85 mol% EPA in het colostrum (biest) ontwikkelden de kinderen in de eerste twee levensjaren geen IgE-gerelateerde aandoeningen.*
Daarnaast draagt de inname van DHA door de moeder bij aan de normale ontwikkeling van de hersenen en de ogen van de foetus en de borstgevoede zuigeling. Volgens de EFSA wordt dit positieve effect bereikt bij een dagelijkse inname van minimaal 200 mg DHA, boven op de normale dagelijkse dosis voor volwassenen (minimaal 250 mg DHA en EPA).
*Warstedt K., Furuhjelm C., Fälth-Magnusson K., Fagerås M., Duchén K. (2016) High levels of omega-3 fatty acids in milk from omega-3 fatty acid-supplemented mothers are related to less immunoglobulin E-associated disease in infancy. In: Acta Paediatrica, 105(11): 1337-1347.